Taalgezeur?

Engels op de gevelTaalkundigen zeggen vaak dat mensen die klagen over het oprukkende Engels taalzeuren zijn. Laatst zag ik weer een stukje op de opvolger van Ons Erfdeel, De lage landen, waarin wordt beweerd dat het overnemen van woorden uit een andere taal een  proces is dat de taal verrijkt. Dat zal best, maar het probleem is dat het vele Engels dat wij in huis halen, nog even los van alle taalverdringing die we laten plaatsvinden in maatschappelijke domeinen, vaak bestaand Nederlands verdringt.

Zo hadden krantenredacties al jaren het begrip natrekken voor het toetsen van feiten in een artikel. Tegenwoordig heet dat fact checken. Managers zijn in de plaats gekomen van leidinggevenden, chefs, hoofden. Voor het woord grip hadden we in het Nederlands al termen als houvast, greep of vat. Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Zo bekeken lijkt het er zelfs opdat dat Engels eerder een taalverarming dan een taalverrijking betekent.
Er zijn taalkundigen die beweren dat het overnemen van buitenlandse begrippen een ‘natuurlijke’ ontwikkeling zou zijn. Dat is natuurlijk de groots mogelijke onzin. Mensen in een taalgebied verzinnen nieuwe woorden voor nieuwe, maar ook voor oude dingen. Die begrippen groeien niet ergens aan een boom. Het je sieren met de veren van een ander heeft niks met natuur te maken, maar alles met de status van die vreemde veren.
De status van het Engels, of eigenlijk het Amerikaans, in Nederland is immens, god mag weten waarom. Nederlanders hebben, lijkt het wel, door de eeuwen altijd een vrij lage dunk van hun eigen taal gehad.

Kleine taal?

Het idiote is dat Nederlands helemaal niet zo’n kleine taal is. Zo’n 24 miljoen mensen hebben het Nederlands als hun moedertaal (dan reken ik de Afrikaanssprekenden niet mee). Als 300 000 IJslanders bereid en in staat zijn hun eigen taal te onderhouden, dan moeten die 24 miljoen Nederlandstaligen daar toch zeker toe in staat zijn?
Ik kijk altijd met een scheef oog naar de Scandinaviërs, onze ‘noorderburen’. Qua aantallen sprekers lopen het Deens, Noors, Zweeds ver achter bij het Nederlands, maar voor zover ik kan nagaan vertonen de Denen, Zweden en Noren niet zo’n lakeiengedrag tegenover het Engels als de Nederlanders en ook steeds vaker de Vlamingen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *